La belle France


Het is alweer een tijdje terug dat ik, gelokt door veelal overdreven verhalen van vrienden en kennissen over hetgeen Frankrijk te bieden heeft als vakantieland, de motor bepakt en voorzien van tent de reis aanvaardde naar het schijnbaar mooie Frankrijk.

Vooraf dient gezegd te worden, dat ik bepaald geen francofiel ben. De wijze waarop in Frankrijk met onze gedachten en gevoelens wordt omgegaan vervult mij van afschuw. Wij staan bij de Fransen bekend als de narcotica staat van Europa, dit terwijl Frankrijk prat gaat op het feit dat zij zelf één van de grootste alcohol producenten van Europa is in de vorm van wijn en ander Fransnamige spiritualia. En schreef niet een Frans jongetje in zijn schoolopstel dat de helft van de inwoners van Nederland uit koeien bestaat. Ook de Napoleontische bezetting van ons land heeft geen gunstige indruk bij mij achtergelaten; het doet mij nog steeds een beetje zeer dat toen Bonaparte zijn Waterloo vond, dit niet in Nederland ligt. Gelukkig hebben onze Nederlandse troepen, onder leiding van koning Willem I, wel steun verleend aan zijn ondergang, zij het voornamelijk in de achterhoede en beperkte zich de steun vooral tot morele aan de Engelse en Duitse troepen in de voorhoede.

Mais alors, mes amis, ervaringen zijn er om opgedaan te worden dus heb ik de daad bij het woord gevoegd en ben des morgens vroeg zuidwaarts afgereisd richting het land van de schone Marrianne. De reis langs de locale Belgische wegen verliep voorspoedig en al voor het middaguur bevond ik mij op Franse bodem ongeveer 20 kilometer van de grens. Contant geld in de vorm van Franse Francs had ik verzuimd mee te nemen, aangezien ik in de overtuiging was dat even zo als hier te lande, de geldautomaten in ruime maten zouden zijn opgesteld. Dit was de eerste negatieve ervaring, want een flappentapper was ik nog niet tegengekomen.

Rijdend door het dorpje zag ik een nering met het uithangbord "tabac". Daar ik wel Franse sigaretten rook besloot ik hier te stoppen en mij een slof aan te schaffen. Bij mijn bestelling gaf ik op dat ik helaas nog niet in het bezit was van contante Francs, maar dat ik wel rijkelijk was voorzien van Eurocheques waarmee ik wenste te betalen. De winkelier verklaarde de Eurocheques niet te kennen, waarop ik uitlegde dat in iedere valuta en in ieder land met deze cheques kon worden betaald; bovendien, verklaarde ik, was Frankrijk de initiator geweest van de invoering van dit soort cheques als grootste en belangrijkste land van Europa, omdat de andere landen systematisch weigerden de Franse Franc als betaalmiddel in te voeren. Met deze laatste opmerking dacht ik een snaar te raken bij 's mans patriottisme, waarvan de exponenten zo uitdrukkelijk in de vorm van rood-wit-blauwe versierselen in de winkel aanwezig waren. Het leek te helpen, de commerçant verklaarde zich even terug te moeten trekken om bij zijn bank navraag te doen. Na luttele minuten wachten was het niet neringdoende die herverscheen maar was het een auto voorzien van het opschrift "gendarmerie" die met zwaailicht aan voor de deuren van het bedrijfje stopte. De twee agenten die verschenen stormden met spoed naar binnen en namen mij op ietwat ruwe wijze terzijde, onder aanmoedigende kreten van de inmiddels verschenen detaillist. Wat bleek, de kleine middenstander had de gendarmerie gebeld in de veronderstelling dat hij met een valsemunter of oplichter te maken had. Na het op verzoek vertonen van mijn papieren heb ik de heren van de gendarmerie kunnen uitleggen dat het geheel op een misverstand berustte en dat ik alleen probeerde mijn aankoop te verrekenen met een Eurocheque, die toch algemeen in Europa als betaalmiddel wordt geaccepteerd. Beide agenten bleken het bestaan van de cheques niet te kennen, en verklaarden in koor :"ce n'est pas d'argent".

Ik raakte hierdoor wat geagiteerd en verklaarde dat het voor mij duidelijk was dat, sedert de tijd van Napoleon, Frankrijk kennelijk geen vooruitgang had geboekt, dat het ridicuul was dat het grootste Europese betaalmiddel bij hen niet bekend was, en dat ik geen andere middelen van betaling beschikbaar had. Dit laatste nu had ik wellicht beter kunnen verzwijgen, want onmiddellijk viel de term "vagabondage". Nu is mijn kennis van de Franse taal voldoende om te beseffen dat het hier niet om een afgeleid sex-spelletje gaat, maar om landloperij; men verzocht mij om de zijkoffers van mijn motorfiets te openen, die alleen maar kleding bevatten en men dreigde mij vervolgens - om onduidelijke redenen - te arresteren. Nu de zaak dreigde te escaleren vond ik het tijd openheid van zaken te geven en ik hield de mensen van de prinsemarij voor dat men in casu te maken had met een jurist - ik heb de term advocat gebruikt - en dat een mogelijke arrestatie zonder twijfel veel gevolg zou hebben voor hun verdere carrière bij het politiecorps als bewaker van een kinderspeelplaats. Enigszins teruggeslagen verzocht men mij het pand te verlaten, dit heb ik terstond gedaan.

In het volgende, nog kleinere dorpje, was eveneens een tabacswinkel gevestigd, voordat ik tot aankoop overging vroeg ik beleefd of ik met een Eurocheque kon betalen. "Mais naturellement", was het antwoord, "u heeft geen contant geld bij zich, ach, schrijft u maar wat extra uit".

Eenmaal aangekomen in Parijs heb ik de sfeer van deze metropool met volle teugen kunnen inademen. Wie kent deze lichtstad niet, met al haar vele bezienswaardigheden en haar overdaad aan cultuur. De grootsheid van deze wereldstad acht ik bij een ieder bekend, zodat ik in dit reisverslag niet zal uitweiden over veelheid en het imposante van al harer attracties. Opvallend ervoer ik de vriendelijkheid en beleefdheid van de Parijzenaars, of beter gezegd het ontbreken van beide eigenschappen bij het merendeel van de bevolking. Deze geaardheid komt met name tot uiting in hun rijstijl, er blijken twee onderdelen te zijn aan een Frans voertuig die in optimale staat dienen te zijn om hun wijze van weggebruik te kunnen handhaven, te weten: de claxon en het gaspedaal. Door het vele verkeer werd het inademen van zoveel cultuur mij iets teveel in mijn helm, zodat ik na een paar dagen besloot Parijs te verlaten en op zoek te gaan naar de wat modernere cultuur die Frankrijk rijk is.

Aldus aangekomen in Disneyland Parijs heb ik mijn jeugdherinneringen kunnen ophalen. Lopend door het park ging mijn kinderhart sneller kloppen, voor wie het nog niet kent is een bezoek aan dit park aanbevelenswaardig. Toch miste ik de typisch Amerikaanse atmosfeer die ik ken uit het park Walt Disney World in Florida. De onbeleefdheid van de Fransen werd hier ook ten volle tentoongespreid. Voordringen en duwen bij de rijen wachtenden leek een volkssport, iets wat ik tijdens mijn vele bezoeken in Amerika nooit had gezien. Toen ik Mickey Mouse in het gekrioel ontwaarde en mij dichterbij begaf om het beter te kunnen zien, werd ik verrast en ontgoocheld door de uitspraak: "Allo, je suis Mikky Mous", toen wist ik dat het tijd was om op huis aan te gaan.

Toch, het is best een mooi motorland dat Frankrijk, vooral de secundaire wegen, het is jammer dat er van die Fransen wonen die het verblijf veronaangenamen. Persoonlijk zal ik er niet snel wederkeren, anderen hebben wellicht betere ervaringen. Met die gedachte de grens passerende, merkte ik dat het slechts de Franse koeien waren die lachten.




Reis Index